De gedragscode van GroenLinks-PvdA: kunnen wij die aan? (deel 1)

De gedrags- en erecode van GroenLinks-PvdA beschrijft hoe leden binnen de nieuwe partij met elkaar omgaan en samenwerken. Ook staat erin wat we doen als dat in een bepaalde situatie niet goed lukt. Dan gaat het om herstel: hoe kom je weer met elkaar verder?

De code bestaat uit twee delen.
Het eerste deel geldt voor alle leden. Dit vormt de basis voor hoe we binnen de partij handelen.
Het tweede deel is bedoeld voor leden met een specifieke rol, zoals fractieleden, bestuursleden en commissieleden. Van hen wordt extra verantwoordelijkheid verwacht. Zij moeten de gedragscode niet alleen naleven, maar ook voorleven en uitdragen.

De code erkent dat je niet alles kunt vastleggen in regels. Daarom is niet alleen de letter, maar vooral de geest van de code belangrijk. Die draait om drie kernwaarden: respect, verantwoordelijkheid en gelijkwaardigheid.

In deze blog ga ik in op het eerste deel van de code. Over het tweede deel schrijf ik later.

GroenLinks-PvdA wil een brede volkspartij zijn. Dat betekent dat leden verschillend kunnen denken en werken. Dat is normaal en hoort erbij. Tegelijk is die ruimte niet onbeperkt. We zijn met elkaar verbonden door gedeelde waarden: solidariteit, gelijkwaardigheid, vrijheid en duurzaamheid.

In de praktijk betekent dit dat we steeds het gesprek moeten voeren over die waarden.
Welke waarde speelt in een bepaalde situatie de belangrijkste rol?
En: gaat dat niet ten koste van andere waarden?
Als dat zo is, vinden we dat dan acceptabel?

Deze vragen komen terug in gesprekken over beleid en prioriteiten. Dat klinkt logisch, maar we weten ook dat zulke gesprekken spanningen kunnen opleveren. Soms zijn we het snel eens over de grote lijnen, maar ontstaan er verschillen in de uitvoering. Denk aan communicatie, samenwerking of campagnevoering. Die verschillen kunnen te maken hebben met cultuurverschillen tussen groepen, maar ook simpelweg met het feit dat mensen nu eenmaal verschillend zijn.

Een belangrijk uitgangspunt in de code is gelijkwaardigheid en inclusie: niemand uitsluiten. Dat roept praktische vragen op. Bij het verdelen van taken kijken we vaak naar wat mensen al kunnen. Dat is begrijpelijk. Tegelijk vraagt de code ook dat we ons bewust zijn van onze eigen vooroordelen en dat we mensen kansen geven om zich te ontwikkelen.

De gedragscode stelt dat integriteit de basis is van ons handelen. Dat betekent onder andere: open zijn, eerlijk zijn en verantwoordelijkheid nemen. Geen dubbele agenda’s. Dat is belangrijk, maar ook integriteit is geen garantie dat alles vanzelf goed gaat.

De code is duidelijk over ongewenst gedrag. Discriminatie, (seksuele) intimidatie, pesten en machtsmisbruik worden binnen onze vereniging niet geaccepteerd. Als dit toch voorkomt, moet er goede ondersteuning zijn voor degenen die hiermee te maken krijgen. Op lokaal niveau zijn daarvoor aanspreekpunten. Daarnaast kunnen leden terecht bij externe vertrouwenspersonen, zowel voor directe hulp als voor advies bij twijfel.

Kunnen wij dit aan?
Dat kan, als conflicten zoveel mogelijk worden voorkomen. In de meeste situaties zouden wederzijds begrip en respect voldoende moeten zijn om goed samen te werken.