Zeven magere jaren....
Op donderdag 10 mei 2012 heeft de gemeenteraad van Apeldoorn opnieuw een bezuinigingsdiscussie gevoerd.
Na een heel voortraject werd in januari 2011 werd de raadsopdracht kerntaken vastgesteld. De nieuwe financiële situatie van de gemeente Apeldoorn maakt dat de raad de uitkomsten van deze eerdere kerntakendiscussie kritisch tegen het licht moet houden.
Voor GroenLinks staan onderstaande uitganspunten in deze discussie centraal:
- Een betrokken overheid
Met begrippen als kerntaken en een terugtredende overheid kan GroenLinks niet zoveel. Deze begrippen roepen de verkeerde associaties op, alsof de overheid zijn handen van de samenleving aftrekt. Dat kan niet en willen we niet. De overheid is van en voor de samenleving.
We zouden liever spreken van een betrokken overheid en de vraag is vervolgens hoe we die betrokkenheid organiseren. Dat kan anders en beter. Maar hoe we het ook organiseren, betrokken blijven we. Dus als bijvoorbeeld de huisvesting voor studenten niet van de grond komt dan is dat ons een zorg. Of als de verduurzaming van Apeldoorn niet opschiet, dan is dat ons een zorg en als de kantoorgebouwen in Apeldoorn leeg blijven staan, dan is dat ons een zorg.
Dan treden we op door partijen aan te spreken, bij elkaar te brengen, regels te wijzigen of juist te stellen. En we rusten niet tot het probleem opgelost is.
- Verder kijken dan het gemeentelijke huishoudboekje
De gemeente Apeldoorn moet fors bezuinigen maar we moeten daarbij verder kijken dan alleen de gemeentelijke begroting. Met het doorschuiven van de rekening naar een ander zijn we er niet. Vanuit de samenleving gekeken lost dat niets op. Los nog van de maatschappelijk effecten.
Zo gaat er in de groenvoorziening bijvoorbeeld veel geld om en daar is op het eerste gezicht zeker een forse bezuiniging te halen. Maar in de groenvoorziening vinden veel mensen werk. Bezuinigen leidt vrijwel direct tot ontslag en vervolgens kunnen we via re-integratie trajecten deze mensen weer aan het werk proberen te krijgen. En wie weet, gebeurt dat dan via een traject in de groenvoorziening. Dit type bezuinigingen lost dus niets op.
Om die reden zijn we ook geen voorstander van het op afstand zetten van werk. Voor de gemeente wellicht in financiële zin interessant maar ook hier wordt de rekening vaak gewoon bij de mensen die het werk moeten uitvoeren neergelegd. Denk aan tijdelijke contracten en nuluur contracten.
- Zeven magere jaren
Vooralsnog moeten we 22 miljoen structureel bezuinigen. Maar is deze bezuiniging wel zo structureel? We denken van niet.
We hebben een fors tekort en dat moeten we in 7 jaar weg zien te werken. In bijbelse termen ‘de zeven magere jaren’ zijn aangebroken. Bij het zoeken naar een oplossing moet we dus vooral kijken naar die terreinen waar we 7 jaar een pas op de plaats kunnen maken.
Wij denken daarbij aan bijvoorbeeld het beheer van de openbare ruimte en onderwijshuisvesting. Hoe erg is het als je op deze terreinen 7 jaar geen grootschalig onderhoud pleegt maar je beperkt tot het noodzakelijke onderhoud en reparatiewerk.
Vooral het perspectief van de ‘7 magere jaren’ is volgens GroenLinks een goed uitgangspunt om te kijken op welke terreinen de bezuinigen het minste kwaad doen. En het geeft tegelijkertijd ook perspectief het is namelijk maar voor 7 jaar en dus tijdelijk.
De term ‘7 magere jaren’ werd in de discussie door andere partijen ook al een paar keer gebruikt. Nu even afwachten of dit type denken gemeengoed wordt.








